9789033103162

grid-view list-view
  • Nuttige mengelstoffen

    15.00 Auteur: Hellenbroek, Abraham
    Uitgever: Den Hertog - Houten/Utrecht 1982

    Gebonden, 262 blz.
    1. Het verzekerd vertrouwen, hetgeen de godvruchtige Job stelde in zijn levende Goël – Job 19 : 25a
    2. Het blijde vooruitzicht of de gegronde hoop van de oprechte Job, omtrent zijn zalige verrijzenis ten jongste dage – Job 19 : 25b – 27a
    3. Het innige verlangen van de lijdzame Job, zich uitstrekkende naar het zien van God in heerlijkheid – Job 19 : 27b
    4. De uiterlijke gedaante der godzaligheid ontdekt tot overtuiging van de mond- en schijnchristen – 2 Timotheüs 3 : 5a
    5. De grote pronk- en eretitel van de aartsvader Abraham, of de gemeenzame vriendschap tussen de Heere en hem (Jakobus 2: 23)
    6. De geestelijke juwelier of de gelukkige koopman zoekende, vindende en kopende een parel van grote waarde (Mattheüs 13: 45, 46)
    7. Het groot onderscheid tussen het beoordelen Gods en dat der mensen tot nuttige besturing en waarschuwing (1 Samuël 16: 7b)
    8. De verheugende toezegging aan des Heeren bondsvolk, dat zij hun Koning zullen zien in Zijn schoonheid (Jesaja 33: 17a)
    9. De grote verplichting van des Heeren volk, om hun genadelicht te doen schijnen, opdat hun hemelse Vader verheerlijkt worde(Mattheüs 5: 16)
    10. Het uitmuntend voorrecht der gelovigen, aangemerkt in hun zalving tot profeten, priesters en koningen (1 Johannes 2: 20)
    11. Gods nauwkeurige hartentoets en Zijn welgevallen aan oprechtheden (1 Kronieken 29: 17a)
    12. Gods onfeilbare beloften aan Zijn gunst genoten, tot vervulling van al hun begeerten (Psalm 81: 11b)
    13. Het noodzakelijk zelfonderzoek, hetgeen ieder voor zichzelf te betrachten heeft (Zefanja 2: 1)
    14. De ijdele roem van de stille geruste, nevens het zuivere kenmerk van een ware boetvaardige, in het onderscheiden gedrag van de ootmoedige tollenaar en de werkheilige farizeeër (Lukas 18: 9 – 14)
    15. Davids blijde opwekking tot vrolijke zielerust na voorgaande beroering, dewijl de Heere aan hem had welgedaan (Psalm 116: 7)
    16. De geluksstaat van Jehova’s verloste volk in hun aandeel aan de goederen en de zegeningen van het Evangelie (Jeremia 31: 12b)
    17. Het grote wonderwerk door de Heere Jezus gedaan aan een blinde op weg naar Jericho (Lukas 18: 35 – 43)
    18. De nederige koning David met blijdschap huppelende voor de ark des Heeren (2 Samuël 6: 22)
    19. De geveinsde huichelaar in zijn verwachting bedrogen, voorgesteld door Bildad de Suhiet (Job 8: 13b)
    20. De troostrijke paradox of wonderspreuk voor alle ware treurigen (Mattheüs 5: 4)
    21. De deugd van barmhartigheid omtrent onze medemens als des Christens sieraad (Mattheüs 5: 7)

    In winkelmand